Vanwaar komt 'kerkfabriek'?

Het woord “kerkfabriek” vinden we reeds terug in de 13 de eeuw en komt van het Latijnse “fabrica” of “onderneming”. Deze “onderneming” was ook toen al een bestuursorgaan gevormd door leken, en belast met het beheer van de kerkelijke goederen.

De formele oprichting van de kerkfabrieken dateert uit de periode van de Franse Revolutie. Toen werden alle goederen van de kerk onteigend en ter beschikking van “de natie” gesteld. Onder de “Convention National” en “het Directoire” werden de kerkelijke goederen echter verkwist, de beoefening van de eredienst afgeschaft en vele geestelijken vervolgd. Door het Concordaat dat Eerste Consul Napoleon Bonaparte op 15 juli 1801 (26 messidor van het jaar IX) afsloot met Paus Pius VII kwam hierin verandering.

Op 29 april 1803 werden de bisschoppen verplicht tot het aanstellen van kerkfabrieken en het opstellen van functioneringsreglementen. De inrichting, de werking en de bevoegdheden van de kerkfabrieken werden bij Keizerlijk decreet van 30 december 1809 geregeld. Het onafhankelijke België nam dit decreet over.
Het oude Keizerlijk decreet werd hierna nog gewijzigd en aangevuld door de wet van 4 maart 1870 en een Vlaams decreet van 7 mei 2004.

Detail uit een glasraam van de Sint-Annakerk, Antwerpen LinkeroeverDetail uit een glasraam van de Sint-Annakerk, Antwerpen LinkeroeverDetail uit een glasraam van de Sint-Annakerk, Antwerpen LinkeroeverDetail uit een glasraam van de Sint-Annakerk, Antwerpen Linkeroever